Onder de vele componenten van een energiefactuur bevinden zich de btw en de accijnzen. Sinds 2023 bedraagt de btw op residentieel gas en elektriciteit 6%, en worden de accijnzen geheven in verbruiksschijven, vergelijkbaar met de personenbelasting.
De Belgische regering plant een geleidelijke verhoging van de gasprijs van 2026 tot 2029. Omdat de btw geen progressiviteit toelaat, zullen de accijnzen stapsgewijs verhoogd worden, zodat men in 2029 uitkomt op een situatie die overeenkomt met een btw-tarief van 12%. Belangrijk om te vermelden is dat de Europese Unie oplegt dat de btw op gas opnieuw naar 21% moet vanaf 2030. Hoe de accijnzen dan zullen worden aangepast, is voorlopig nog niet duidelijk.
Tegelijk worden de accijnzen op elektriciteit verlaagd. Dat is een eerste stap in de goede richting, aangezien de elektriciteitsprijs in België aanzienlijk hoger ligt dan die van gas (4,15 keer duurder in het eerste semester van 2025, tegenover 3,28 in Duitsland, 1,98 in Frankrijk en 1,62 in Nederland). Dat komt deels door de belastingstructuur: voor een gemiddeld verbruik bedragen de federale accijnzen vandaag 50,33 €/MWh voor elektriciteit, maar slechts 8,72 €/MWh voor aardgas.
Hoewel deze maatregel gepaard gaat met de recente herinvoering van het verlaagde btw-tarief van 6% op de installatie van warmtepompen, wijzen verschillende actoren op het gebrek aan ondersteuning voor kwetsbare huishoudens. Zij zijn vaak afhankelijk van aardgas om te verwarmen en hebben geen betaalbaar alternatief.
De Belgische regering voorziet ook een verhoging van de accijnzen op diesel en benzine.