Belgische onderzoekers boeken vooruitgang rond flexibiliteit

Belgisch onderzoekers maken vorderingen in de uitdagingen van een gecontroleerd beheer van de elektriciteitsvraag door middel van slimme netten. Een deel van de residentiële consumenten zijn bereid om een ​​actieve rol te spelen.

De uitdaging voor de elektriciteitssector bestaat erin om de flexibiliteit van het systeem te verhogen. Men moet,  vooral op een slimme manier, het hoofd bieden aan de geplande of ongeplande periodes van onbeschikbaarheid van grote gecentraliseerde productie-eenheden (kernreactoren) en de ontwikkeling van hernieuwbare energie mogelijk  maken.

Alle toekomstscenario’s voorzien inderdaad een geleidelijke toename van hernieuwbare energie in de elektriciteitsmix. De Europese Commissie heeft er een prioriteit van gemaakt om haar leveringszekerheid, haar milieubalans en haar concurrentievermogen te verbeteren. Maar deze belangrijke rol vereist een grotere flexibiliteit van de elektriciteitssector.

Deze flexibiliteit beperkt zich niet tot één aspect van de elektriciteitsproductie. Er kunnen ook interessante oplossingen zijn aan de kant van de verbruikers. Deze kunnen inderdaad een positieve rol spelen in het netbeheer indien zij hun vraag afschakelen op het juiste moment, dat wil zeggen wanneer de productie de vraag niet kan dekken.

Hier spreken we van DSM (Demand Side Management). Dit beheer, aanvankelijk voornamelijk technisch en industrieel, wordt al een aantal jaren toegepast  bij de grote elektriciteitsverbruikers. Het heeft geleidelijk geleid tot een nieuwe dienst gericht op de industriële sector: de aggregatie van vrijwillig afschakelbare capaciteit die ter beschikking wordt gesteld van de netbeheerders op geschikte tijdstippen.

Nu staat DSM in de mediabelangstelling door de « black-out saga » Het risico van elektriciteitstekort,  gelanceerd door de autoriteiten vlak voor elke winter, bleek inderdaad de tekortkomingen in de Belgische elektriciteitssector te tonen: een nationaal netwerk dat weinig flexibel is met gebrekkige  kerncentrales. In de ogen van de professionelen, wordt stroomafschakeling, vrijwillig of niet, dan ook als één van de mogelijke oplossingen gezien voor het ontlasten van het netwerk in tijden van piekverbruik.

Stand van zaken DSM

Sindsdien zijn de Belgische actoren in energieonderzoek actief geïnteresseerd in deze kwestie. Op 26 januari organiseerde BERA (Belgian Energy Research Alliance) een seminarie met de stand van zaken van DSM op Belgisch niveau.

Er kwamen een reeks van verzonnen initiatieven en onderzoeken in het kader van onze nationaal elektrisch systeem aan het licht. Uit een reeks van getuigenissen bleek vooral de overvloed aan zinvolle inzichten en de noodzaak van een groot aantal onderzoeksinstituten om te delen en uit te wisselen. Wat ook duidelijk maakt hoe noodzakelijk samenwerkingen zijn om het eens te worden over een gerichte  onderzoeksstrategie …. En spijt te hebben dat het BELSPO-programma door de huidige federale regering wordt opgedoekt.

Terwijl de meeste presentaties voornamelijk gingen over industriële DMS (volumes zijn belangrijker en de installaties zijn beter identificeerbaar), gingen enkele presentaties dieper in op het residentiële niveau, nog grotendeels onbekend in België.

Dit is het geval met The Linear Project, een project dat meer dan zes jaar geleden werd opgestart als een gezamenlijk initiatief van de KULeuven, VITO, en een handvol partners uit de industrie, zoals Imec. Wetenschappers onderzoeken hoe gezinnen, technisch gezien, hun elektriciteitsverbruik kunnen aanpassen om in te spelen op de veranderingen van het elektrische systeem in termen van productie en distributie. Dit is het meest succesvolle onderzoek tot nu toe.

Vier standaardprofielen, vier strategieën

Een andere spreker kaartte dezelfde kwestie aan vanuit een meer uitdagende hoek, omdat hij een onderzoek presenteerde dat was gericht op de sociologie van de consumptiepatronen: in welke mate kan men aan particulieren vragen om actief, via slimme meters, deel te nemen aan periodieke procedures van afschakeling van de vraag?

Dit onderzoek, uitgevoerd door twee onderzoekers van het Onderzoekscentrum van Duurzame Ontwikkeling (CESD IGEAT, ULB), is uniek in de mate dat het “residentiële” gedeelte van het beheer van de vraag tot nu toe enkel werd bekeken vanuit het oogpunt van een dienst zoals vele andere, op dezelfde manier als een tweevoudig uurtariefmeter of de plaatsing van een warmtepomp (WP).

Het is trouwens een studie over de gebruikers van WP dat het onderzoeksteam heeft geleid tot de opstart van gesprekken met een beperkte groep van residentiële consumenten (16 gezinnen) en zeer kleine bedrijven (voornamelijk vrije beroepen).

De individuele grondige gesprekken (gemiddeld 2 uren) waren aanvankelijk gefocust op het gebruik van warmtepompen en hebben zich vanzelf uitgebreid naar het gedrag van de respondenten als elektriciteitsgebruiker. Door deze gegevens in verband te zetten hebben de onderzoekers uiteindelijk een duidelijk patroon kunnen vaststellen.  De respondenten toonden 4  types gedrag: de economist, de ecologist, de technicus en de nuchtere.

Deze standaardprofielen beschrijven de verschillende strategieën en tonen specifieke verbanden met het elektriciteitsnet.

Het interessante en het uitdagende is dat het eigenlijk uitnodigt om de “consum’actor” van elektriciteit te zijn in plaats van de passieve en onderdanige consument dat de meesten van ons tot voor kort zijn geweest. En vanuit dit perspectief lijkt het erop dat sommige delen van de bevolking bereid zijn om hun flexibiliteit uit te diepen “en zo het net een nieuwe dimensie geven.” Dit houdt in dat, naast de energietransitie, er een cultuuromslag nodig is.