You are here

Welke netvergoeding voor de prosumenten?

Veel particulieren uitgerust met fotovoltaïsche installaties verzetten zich tegen de "forfaitaire netvergoeding”  die hen zou worden opgelegd. Maar in een bredere context eisen deze nieuwe spelers hun rechtmatige plaats op in de elektriciteitsmarkt.

Veel particulieren uitgerust met fotovoltaïsche installaties verzetten zich tegen de "forfaitaire netvergoeding”  die hen zou worden opgelegd. Maar in een bredere context eisen deze nieuwe spelers hun rechtmatige plaats op in de elektriciteitsmarkt.

Particulieren uitgerust met fotovoltaïsche zonnepanelen schudden de elektriciteitsmarkt door elkaar. Deze huishoudens die zowel producenten als consumenten zijn van elektriciteit - vandaar de term prosumenten – stellen inderdaad de gebruikelijke logica van de vergoeding voor het beheer en onderhoud van het elektriciteitsnet in vraag. De prosumenten staan, tegen hun wil in, in het centrum van het debat. We plaatsen even alles in het juiste perspectief.

Het overdonderend succes van fotovoltaïsche panelen in België - zoals elders - en de compensatievergoeding voor kleine installaties (<10 kW in Wallonië en Vlaanderen en <5 kilowatt in Brussel) heeft de kleinhandelsmarkt van elektriciteit enigszins door elkaar geschud. Enerzijds verliezen elektriciteitsleveranciers marktaandeel onder de prosumenten (de fotovoltaïsche productie vervangt gedeeltelijk of volledig de elektriciteitsaankopen van leveranciers) en anderzijds verliezen netbeheerders (DNB)  opbrengsten wat betreft de "net" component van de elektriciteitsrekening waardoor de compensatievergoeding de bedragen vermindert. Enkel op de aansluiting zelf is er geen impact.

Voor de distributienetbeheerders heeft deze boom eerst "kleine" problemen en technische aanpassingen aan het netwerk veroorzaakt, vooral in landelijke gebieden. Maar dan zijn - en dat vooral – hun bron van inkomsten aanzienlijk verminderd: een verlies dat ze niet op zich willen nemen, omdat de prosumenten nog gedeeltelijk gebruik maken van de diensten van het elektriciteitsdistributienetwerk.

Een huishouden verbruikt gemiddeld slechts een derde van zijn eigen zonne-elektriciteitsproductie. De prosumenten injecteren dus 2/3 van elektriciteitsopwekking op het net (tegenover 100% voor niet-producerende huishoudens). Maar door de compensatievergoeding is deze dienst niet opgenomen in de elektriciteitsrekening.
Aangezien België ongeveer 350 000 huishoudens telt die voorzien zijn van fotovoltaïsche zonne-installaties, begrijpen we dat de DNB's worden geconfronteerd met een verlies.

De prosumenten leveren een positieve bijdrage aan de elektricteitsproductie, een lokale productie en zonder CO2-uitstoot, maar zij maken ook gebruik maken van het netwerk, 's nachts en op bewolkte dagen. Op welke manier kan er voor hen een eerlijke netvergoeding worden opgesteld?

Een forfaitaire vergoeding

In Wallonië stelt de regulator voor de elektriciteits- en gasmarkt - CWaPE - voor om het principe van de vergoeding te behouden, maar om een ​​specifiek tarief voor prosumenten toe te passen, tegen een vast tarief op basis van het theoretische vermogen van de installatie. Dit is een manier om hun klanten te betrekken bij het beheer van het net. En ervoor te zorgen dat de DNB's € 40 miljoen euro aan extra inkomsten ontvangen voor de geleverde dienstverlening.

Deze "net" vergoeding zou jaarlijks tussen de 200 en 400 € bedragen voor eigenaars van fotovoltaïsche panelen. Een eerlijk bedrag volgens de CWaPE met betrekking tot de incentives toegekend aan zonne-producenten (groene certificaten en de compensatievergoeding, m.a.w. "de teller die terugdraait" wanneer de overtollige zonneproductie wordt geïnjecteerd in de net).
Dit is natuurlijk niet de mening van de 120.000 Waalse huishoudens die getroffen worden door deze nieuwe heffing. De gemoederen van deze betalingsplichtigen zijn al verhit door de wijzing van het ondersteuningsbeleid (verlaging van de toekenningsperiode met betrekking tot de groenestroomcertificaten 15-10 jaar) en beschouwen deze vergoeding als een nieuwe aanval op de winstgevendheid van hun investeringen.

Een onwettig tarief omwille van de vorm ...

Enkele tienduizenden Waalse prosumenten gegroepeerd in de vereniging 'Handen af van mijn groene certificaten" (SLCT) protesteren tegen deze vergoeding. Ze spanden een rechtszaak aan bij de rechtbank van Luik ... die hen afgelopen juni gelijk gaf . Het arrest gaat niet in op de grond van het probleem – oneerlijkheid–maar wel over de vorm: een nieuwe heffing zou in strijd zijn met het principe van de terugdraaiende teller ingeschreven in de besluiten van de Waalse Regering  (AGW 30 / 03/2006 en 30/11/2006 AGW).

Dit wettelijke besluit sluit het dossier daarom niet af,  maar de centrale vraag blijft. Hierdoor dreigt de uiteindelijke oplossing – momenteel in de maak – ongetwijfeld juridisch onaantastbaar maar waarschijnlijk oneindig complex of zelfs drastisch te worden. Men spreekt er zelfs over om het huidige vergoedingssysteem af te schaffen.

Het Brussels Gewest neigt naar een vergoeding , die geheel of gedeeltelijk – wordt afgeschaft en waar alleen de component "energie" van de geïnjecteerde elektriciteit zou worden gecompenseerd. Het klopt dat in Brussel door de aanwezigheid van de dubbele teller de “oneerlijkheidskwestie” enorm vereenvoudigd, omdat je met dit systeem een duidelijk onderscheid kunt maken tussen de hoeveelheid elektriciteit die wordt afgenomen van het net  (A +) en die die aan het net wordt geleverd (A -).

We willen ook opmerken dat er in Vlaanderen al sinds 1 juli 2015 een jaarlijkse en forfaitaire "prosumenten" heffing is ingevoerd. Volgens de DNB’s ligt deze heffing tussen € 78,57/kW (IMEA) en 125,50 €/kW (ORES Voeren) inclusief BTW (21 % sinds 1 september 2015) – meer info vindt u op de website van de VREG.

Moedigen eigen verbruik

De prosumenten zouden een economisch voordeel hebben als ze hun elektriciteitsverbruik op zonnige dagen programmeren. Dat zou het beheer van piekmomenten van PV op het net in de loop van de dag vergemakkelijken. Illustratie : EIT Digital.

Het vervelende van de zaak is dat een forfaitair bedrag "blind" is en niet reageert op het meest geschikte gedrag. Het zou inderdaad verstandig zijn om de prosumenten aan te moedigen om hun zonneproductie zelf te verbruiken. Dit zou de productie van overschotten voorkomen - met name tussen de middag en 15u - met een positief effect voor de DNB’s en de gemeenschap.

De Gewestelijke regulatoren (CWaPE, BRUGEL en VREG) wijzen op de mogelijkheid dat de netvergoeding voor de prosument enkel zou kunnen worden berekend op het geïnjecteerde deel op het net (A-) op voorwaarde dat de prosument is uitgerust met een bidirectionele teller A + / A-. De vraag is hoe? Deze bepalingen zijn  nog niet uitgewerkt.

Men zou ook de rol van prosumenten op het net willen vergroten. In ruil daarvoor zouden ze een economisch voordeel hebben om hun productie te verbruiken op het juiste moment, bijvoorbeeld, door het programmeren van hun huishoudelijke apparaten door ze te laten draaien tijdens de dag of door bij voorkeur te consumeren op zonnige dagen. Dit zou bovendien een nieuwe markt creëren voor elektrische opslagoplossingen, zoals de mediagenieke Powerwall van Tesla (lees ons artikel Opslag : op zoek naar een markt).

Dat zou de prosumenten de kans geven om een rechtmatige plaats te vinden in de elektriciteitsmarkt en beter gebruik te maken van hun fotovoltaïsche zonne-energieproductie. Vergeet niet dat de zonne-energieproductie lokaal is met een lage CO2-uitstoot  en een vervuilende conventionele elektriciteitsproductie vervangt. Het dossier zal regelmatig terug opduiken in het nieuws de komende maanden! Wordt vervolgd ...

Catégorie: 
Actualité Belgique
Filière: 
8

Om verder te gaan